NVvK-Elmex® scriptieprijs

Home / NVvK-Elmex® scriptieprijs

De NVvK-Elmex®scriptieprijs wordt jaarlijks alternerend uitgereikt aan de beste scriptie op het gebied van de kindertandheelkunde voor de opleiding tandheelkunde (Masterscriptie) en voor de opleiding mondzorgkunde (Bachelorscriptie).

De prijs bestaat uit een jaar gratis lidmaatschap van de NVvK en een cheque van €1000,-.

Lever via secretariaat@nvvk.org je bachelor- of masterscriptie vóór 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar in via de examinator/coördinator en maak kans op het winnen van de NVvK-Elmex®scriptieprijs!

De eerst volgende uitreiking van deze prijs vindt plaats op het najaarscongres in november 2017. Hier zal de prijs uitgereikt worden aan een masterscriptie van de opleiding tandheelkunde. In november 2018 maakt een bachelorscriptie kans op het winnen van deze prijs.

Je kunt uw eventuele vragen met betrekking tot de NVvK-Elmex®scriptieprijs over mailen naar secretariaat@nvvk.org.

Winnaar NVvK-Elmex® scriptieprijs 2016

De NVvK-Elmex® scriptie prijs is in 2016 gewonnen door Ester Arens, mondzorgkunde student Hogeschool InHolland te Amsterdam. Zij schreef een bachelorscriptie over de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en gaf een heldere presentatie tijdens het najaarcongres.

Winnaar: Ester Arens – bachelor student mondzorgkunde
Titel: De herkenning van kindermishandeling onder Nederlandse mondhygiënisten en hun handelswijze
Onderwerp: 
hoeverre herkennen mondhygiënisten kindermishandeling en welke vervolgacties zij zetten zij vervolgens in.

PROBLEEM & DOELSTELLING: Er zijn jaarlijks meer dan 119.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling in Nederland. Dat betekent dat in een schoolklas van 30 kinderen, gemiddeld één kind wordt mishandeld. In meer dan de helft van alle gevallen van kindermishandeling is sprake van letsel in het hoofd-halsgebied. Dat is het deel van het lichaam waar mondzorgprofessionals zich letterlijk over buigen. Dit brengt hen in een unieke positie om kindermishandeling te signaleren. Het doel van dit cross-sectionele observationele veldonderzoek is te achterhalen in hoeverre mondhygiënisten kindermishandeling herkennen en wat zij daar vervolgens mee doen. 

MATERIAAL & METHODE: Er is een digitale vragenlijst per e-mail verzonden naar 400 mondhygiënisten. De enquête is op twee manieren verspreid: (1) via de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM) en (2) middels een selectie van algemene praktijken en mondhygiënepraktijken door heel Nederland.

RESULTATEN: In totaal hebben 83 mondhygiënisten (20,8%) de enquête geretourneerd. Hiervan waren er 80 bruikbaar voor analyse. Mondhygiënisten hebben het meest vermoedens gehad van tandheelkundige verwaarlozing (33,8%). Verwaarlozing en psychische mishandeling (13,8%) en fysiek geweld en/of seksueel misbruik (6,3%) is minder vaak vermoed. Er is een statistisch significant verband tussen het aantal jaren werkervaring en de herkenning van kindermishandeling. Mondhygiënisten met ≤ 10 jaar en 11-20 jaar werkervaring hebben vaker vermoedens van kindermishandeling in vergelijking met mondhygiënisten met 21-30 jaar en > 30 jaar werkervaring. Er is tevens sprake van een statistisch significant verband tussen het werkveld waarin de mondhygiënist werkzaam is en de herkenning van kindermishandeling. Mondhygiënisten werkzaam in een algemene praktijk hebben vaker vermoedens van kindermishandeling dan mondhygiënisten werkzaam in een mondhygiënepraktijk of andere praktijksetting. Het merendeel van de mondhygiënisten onderneemt bij vermoedens van kindermishandeling actie door een collega, arts of andere zorgverlener te raadplegen (76,7%) en/of een aantekening te maken in het patiëntendossier (70,0%). Een controleafspraak wordt ook veelvuldig gemaakt (60,0%). Verder worden er maar zeer weinig adviezen ingewonnen of meldingen gemaakt bij het AMK (6,7%). De voornaamste belemmerende factor hiervoor is de onzekerheid over de diagnose en/of de angst om vals te beschuldigen (68,5%). Ondanks de wet ‘Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ heeft slechts 10% van de mondhygiënisten gebruik gemaakt van de meldcode TKGH of de NVM Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Bovendien wordt er slechts zelden bijscholing gevolgd betreffende het werken met een meldcode en/of de signalering en handelswijze omtrent kindermishandeling. Behoefte aan een andere vorm van voorlichting hebben de meesten ook niet.

CONCLUSIE & DISCUSSIE: Mondhygiënisten lijken hun rol om kindermishandeling te signaleren en aan te pakken in onvoldoende mate te vervullen. Om die reden verdient het aanbeveling om een training op het gebied van het signaleren van kindermishandeling en het werken met de meldcode verplicht te stellen.

Winnaar NVvK-Elmex® scriptieprijs 2015

De NVvK-Elmex® scriptie prijs is in 2016 gewonnen door Klaske Rademakers, master student tandheelkunde. Zij schreef een masterscriptie erosieve gebitsslijtage en gaf een heldere presentatie tijdens het najaarcongres.

Winnaar: Klaske Rademakers – master student tandheelkunde
Titel: Voorkomen is beter dan genezen!
Onderwerp:
 Onderzoek naar het effect van herhaalde voorlichting over erosieve slijtage op de basisschool op de kennis, de attitude en het drinkgedrag van kinderen ten aanzien van erosieve gebitsslijtage

PROBLEEM & DOELSTELLING: Erosieve gebitsslijtage komt voor bij een kwart van de elfjarigen in Nederland en de prevalentie stijgt door onder andere toegenomen erosief drinkgedrag. Een minderheid, 30-35% van de Westerse bevolking weet wat erosieve slijtage is. Dit onderzoek moest uitwijzen of kennistoename door voorlichting leidt tot gunstige gedragsverandering bij kinderen of voorlichting herhalen effectiever is dan eenmalige voorlichting, of effect van voorlichting verschilt voor de sekse, hoe kinderen, docenten en schooldirectie voorlichting beoordelen en hoe voorlichting, mits effectief, past in het schoolbeleid.

MATERIAAL & METHODE: De onderzoekspopulatie bestond uit kinderen (n=99) 9-13 jaar oud, docenten (n=4) en locatiecoördinatoren (n=2) van twee basisscholen uit Noordoost Groningen. De kinderen werden geïnformeerd over tanderosie middels, voor dit onderzoek ontworpen, klassikale voorlichting op school gegeven door de onderzoeker en drie weken hierna een opfrisles op school gegeven door de docent en informatie via de schoolsite. De kinderen vulden vragenlijsten in waarmee gevraagd werd naar achtergrondvariabelen, preventief tandheelkundig handelen en kennis, attitude en drinkgedrag ten aanzien van erosieve slijtage. Met een drinkdagboekje hield elk kind, thuis, drie dagen alle geconsumeerde drankjes en de bedtijd bij. Alle kinderen en docenten beoordeelden met vragenlijsten de interventies. Alle docenten, locatiecoördinatoren en tien kinderen werd in een interview gevraagd naar de houding tegenover en de beoordeling van de interventies en hoe voorlichting past in het schoolbeleid. Er waren meetmomenten vóór, meteen na en een maand na de interventies. Significantie (p ≤ 0,05) tussen meetmomenten is bepaald met de Wilcoxon signed-rank test en met de Mann-Whitney U test tussen de sekse.

RESULTATEN: Bij de nulmeting wist 17% van de kinderen dat tanderosie gebitsslijtage is en was hun kennisscore 2 punten (max. 14 punten). Bij alle volgende metingen was deze score significant hoger met 10-12 punten. Bij alle metingen werd op een schaal van 1-10 het gebit gewaardeerd met 8-9 punten, de ernst om erosie te hebben met 8-10 punten en was 50-70% zich nooit, 30-40% soms en een enkeling zich vaak of altijd bewust van tanderosie bij eten en drinken. In drie dagen werd bij de nulmeting tienmaal en bij meting drie negenmaal een erosief drankje gedronken (ρ 0,001). Bij alle metingen dronk meer dan driekwart meer dan één keer per dag een erosief drankje, dronk een kwart (bijna) altijd water na een erosief drankje, dronk 20-40% nooit, 30-40% soms en minder dan 30% altijd een erosief drankje tijdens het sporten. Er werden (bijna) geen erosieve drankjes tijdens de nacht gedronken.CONCLUSIE: De ontworpen interventies zijn ruim voldoende – goed beoordeeld. Een goede voorlichting is de eerste vijf minuten pakkend, ondersteund met een filmpje/ quiz, duurt circa driekwartier en de voorlichter heeft interactie met de kinderen. Kinderen uit Noordoost Groningen wisten zeer weinig over erosieve slijtage, vinden hun gebit belangrijk en vinden het erg om erosieve slijtage te hebben, maar zijn zich nauwelijks van de slijtage bewust. Ze drinken te frequent erosieve drankjes en een minderheid drinkt water na een erosief drankje. Een meerderheid drinkt geen erosieve drankjes vlak voor of tijdens de slaapperiode. Voorlichting leidt tot een goed kennisniveau, maar zorgt niet voor meer bewustzijn van erosieve slijtage en verbeterd drinkgedrag bij kinderen. Herhaalde voorlichting maakte (wederom) niet bewust van erosieve slijtage, veranderde (wederom) gedrag niet en leek daarom geen extra effect te hebben. De sekse verschillen niet in kennis, attitude en gedrag ten aanzien van erosieve slijtage en worden hierin gelijk beïnvloed door voorlichting.

CONCLUSIE & DISCUSSIE: Voorlichting geeft kennistoename want de kennis ervoor is beperkt. Uit eerder onderzoek bleek voldoende kennis over tanderosie ook gedrag niet te veranderen.

AANBEVELINGEN: Kinderen moeten tijdens gezondheidsprojecten op scholen geïnformeerd worden over erosieve slijtage. Dit onderzoek dient daarnaast herhaald te worden op grotere schaal en over een langere termijn. Onderzocht moet worden welke interventies erosief gedrag verbeteren.

Download en lees de winnende scriptie

 

Neem contact op

Laat hier je gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.